We zijn laat wakker vanochtend, gisteren toch te laat gaan slapen. De tent is nat, of dat komt omdat het fris is of omdat de camping langs de rivier ligt of omdat de hele nacht sproeiers op het gras hebben aangestaan, we zullen het niet weten. Het gewone ritueel wordt weer afgewerkt. We laten de tent nog zolang mogelijk staan om te drogen en verplaatsen hem nog even zodat hij in de zon staat.
Dan is het ontbijt verorberd en we ruimen de laatste zaken op. Dan willen we vertrekken en blijkt dat de voorband van de fiets van Annemieke leeg staat. Onze eerste lekke band deze gehele tocht! We hebben wel een reserveband maar Frans besluit toch de band te gaan plakken, anders hebben we geen reserve meer onderweg. Het lek is snel gevonden en gerepareerd en dan kunnen we op weg, een stuk later dan normaal. Snel is de routegevonden en zitten we in het ritme.
< P>
< P>
Het grootste deel van de dag volgen we dezelfde rout
e als de lopers, soms hetzelfde pad, soms de weg ernaast. Eerst nog een stukje gewone weg en dan gaan we samen met de lopers het grindpad op. Omdat we laat weg zijn komen we in eerste instantie geen lopers tegen. Pas na zo’n 10 km passeren we de eerste, die zijn dan al ruim 2 uur aan het lopen.
De omgeving? Die is bijna hetzelfde als die van gisteren, met als grootste verschil dat het nog vlakker en nog eentoniger is. De weg/pad is recht, kent in het begin nog wat schaduw van bomen en struiken, maar dat wordt al ras minder totdat er helemaal geen schaduw meer is. Naast de weg weer velden met graan, soms wat zonnebloemen of omgeploegde rode aarde. Om de vijf tot 6 km is er een rustplek georganiseerd. Omdat er in dit gedeelte geen dorpjes zijn, zijn er kleine tentjes waar men wat fruit en drinken kan krijgen. Naast het eigen meegenomen water is dit de enige manier om water te krijgen. De bronnen naast het pad zijn blijkbaar onbruikbaar volgens de bordjes.
Eindeloos, eindeloos is de weg, zijn de akkers, is de horizon. Wij fietsen hier met behoorlijke snelheid, ruim voorzien van eten en water, maar voor de lopers is dit gedeelte een heel zware opgave. Vandaag heeft iedereen hier geluk omdat het niet schroeiend heet wordt, maar anders…
Lopen, lopen als maar lopen, fietsen, fietsen, alsmaar fietsen. Ga er maar aan staan.
Na bijna 20 km komen we het eerste dorpje tegen. Men heeft hier ervaring met de blijdschap van diegenen die hier aankomen, de vlaggetjes hangen boven de straten! Het is alleen wel jammer dat er niets open is, geen bar, niets.Dus nog even geen koffie voor ons.
We fietsen maar door. Het grindpad is ten einde, we draaien een mooie lege asfaltweg op. De weg begint wat minder vlak te worden en we krijgen wat lichte klimmetjes.
<
In Ledigos willen we even naar een kerkje, maar zien dat de bar op is. Daar is de koffie!. Die smaakt goed, samen met een chocolade cakeje. We eten wat weg deze tocht!
De kerk is helaas gesloten. Een spaanse mevrouw probeert ons uit te leggen dat dat zo is en waarom dat zo is. We begrijpen er niets van. Ze gaat steeds harder hetzelfde zeggen, maar dit maakt niet dat wij het gaan begrijpen. We houden het maar op een collectie zilverwerk (argenta..)die beschermd moet worden.
Dan weer verder, de eindeloze route op. Al snel passeren we het dorpje St.Nicolas met de bijbehorende kerk. Die is wel open! Natuurlijk, iedereen is welkom bij Sint Nicolaas!. Binnen valt direct het prachtige altaar op met de sint prominent in het midden.
Als we verder kijken zien we de deur van het tabernakel mooi vormgegeven.
We steken een kaarsje aan en gedenken in onze gebeden diegenen die dat nodig hebben.
De kerk kent ook een beeld van Jacobus, die reist voortdurend met ons mee.

En verder gaat de tocht. De omgeving verandert niet of nauwelijks, het blijft een eindeloze vlakte. Zo af en toe staat er een bord langs de weg om ons eraan te herinneren dat we echt dichterbij het doel komen.
Niet alleen dit bord herinnert ons eraan, er zijn volop herkenningstekens, gele pijlen, borden, betonnen, stenen, ijzeren kruisen. Soms zijn er naast witte strepen middenop de weg ook om de 4 strepen een gele!Het is welduidelijk waar deze weg naar toe gaat.
In Sahagun gaan we lunchen bij een Italiaan in de hoop dat de pasta onze honger stilt. We komen langs een kapel met een overdadig altaar, Er zit zoveel versiering op, dat je het eigenlijk niet meer ziet. Jammer.< BR>
< P>
< P>
< P>
< P>
< P>
< P>
< P>
En verder maar weer, na wat boodschappen gedaan te hebben. Dan komen we in een keer langs een gedenksteen voor een overleden pelgrim. Dat doet ons denken aan de uitzending van Kruispunt vorige jaar over een man die tijdens zijn Camino is overleden. We zijn er even stil van…
< P>
< P>
< P>
Een stuk verder komen we langs Laguna de Bercianos,een heus meer en een echte schuilhut/uitkijkpost. We geloven onze ogen niet, zo’n dor en droog land en dan een meer, compleet met observatiehut. De wind is intussen gedraaid en hebben we pal tegen gekregen. Het lijkt Zeeland wel.
De wind wordt ook krachtiger en daarmee de belangrijkste factor waarmee we te kampen hebben. Het glooien van de weg valt wel mee, maar samen met de aanwakkerende wind is het hard werken voor ons fietsers. Wel is het zo, dat als er geen wind was het snikheet zou zijn. Er is dus ook een goede/- keerzijde aan deze wind en die erkennen we ook wel, maar een beetje minder zou ook wel mogen.
In een dorpje vullen we onze bidons bij en kopen een ijsje. Op het plein staat een mooie pilaar,waar Jacobus onderaan een bescheiden plaats inneemt.
En verder gaat het weer, steeds minder graan en steeds meer rode aarde.
< P>
< P>
< P>
< P>
< P>
< P>
Even voor onze eindbestemming rusten we bij een rustplek voor pelgrims. Dankzij Europa zijn er heel wat van deze plekken ingericht en ze worden met graagte gebruikt door de vele pelgrims. Wij gebruiken de plek dus ook even.
En verder gaat het weer.
In het dorp van bestemming besluiten we een refugio te nemen ipv de camping. Het is hier kleinschalig en eens kijken hoe dit gaat. De tuin is ruim, mooi en we gaan zo eten.
< P>
< P>
< P>
Nog een foto van de fiets van Frans na twee dagen op de hoogvlakte,dat belooft nog wat de komende dagen…
< P>
< P>
< P>
< P>
We hebben hard gewerkt vandaag, een lange droge eindeloze weg. Morgen zal hier een eind aan komen. We gaan eerst naar Leon en fietsen dan door naar een camping waar we een rustdag gaan inlassen ter voorbereiding op de hoge bergpassen die we gaan krijgen.
Dankzij de wind moesten we hard werken, maar bleef het aangenaam warm, niet verzengend heet. Zo heeft alles zijn keerzijde en zoeken we voortdurend naar een positieve invulling van datgene wat we tegenkomen.
We zijn moe en voldaan en gaan eten en daarna slapen.
Dank voor deze dag, het is een voorrecht om hier zo te mogen reizen.
Max elevation: 910 m
Min elevation: 806 m
Total climbing: 565 m
Total descent: -579 m
Average speed: 15.40 km/h
Total time: 08:54:17
We komen boven en zien achter ons de wereld waar we vandaan zijn gekomen nog in nevelen gehuld.
Dan krijgen we een paar kilometer een grindweg, de wandelaars krijgen die voortdurend en dit is bedoeld om ons ook eens te laten meemaken wat dat is. Hier en daar wordt gesproeid en samen met het stof van de weg zorgt dat ervoor dat onze fietsen en fietstassen behoorlijk smerig worden, ze hebben al een poetsbeurt verdiend, maar nu helemáál. Dat zien we later wel. En weer graan, graan en nog eens graan.
We klimmen geleidelijk naar de hoogvlakte, alhoewel, geleidelijk? Het is eerder met horten en stoten. Na een stevige klim krijgen we een afdaling die uiteindelijk alleen maar meer slijtage aan de remblokjes oplevert. Aan het einde van de afdaling is steevast een scherpe bocht of rotonde die een nieuwe klim inluidt.
Eerst nog een lange gestadig dalende weg en dan blijft het redelijk vlak. Een bijzonder moment is wanneer we dwars door een ruïne van een abdij San Anton heen fietsen, de weg is gewoon onder een van de bogen aangelegd.( ondertussen passeren we steeds meer caminogangers. leuk!)
In de ruïne is nu een refugio gevestigd en we ontdekken een San Antonbeeldje in een oude nis.
En verder gaan we weer, tussen graan en af en toe bomen. De wandelaars lopen soms parallel met ons en soms zien we hun paden helemaal niet meer. Wij volgen keurig de fietsroute, maar het lijkt erop alsof veel mountainbikers die de route ook volgen het wandelpad volgen. Dat is lastig, wandelen en fietsen gaat niet zo heel erg goed samen.
We krijgen trouwens steeds meer honger, vanochtend muesli gegeten en naast een enkele banaan en reep (en pain au chocola) hebben we niets meer gehad. We moeten er nog aan wennen dat we vanuit een refugio vroeger vertrekken èn dat men in Spanje later luncht. Voortaan moeten we ervoor zorgen dan we rond 11:00 u iets stevigs eten.
Het pad van de wandelaars loopt nu direct langs de weg. Hierdoor zien we nu eindelijk ook meer fietsers op onze route.
We komen langs een van de sluizencomplexen van het kanaal van Castille. Dit kanaal is oorspronkelijk bedoeld voor irrigatiedoeleinden, maar men wilde er ook scheepvaart op uitoefenen. Dit laatste is er nooit van gekomen, maar de sluizen staan wel op de lijst van europese cultuurgoederen.
De eerste kilometers zijn lekker gemakkelijk, we rijden op een rechte weg, met een geleidelijke daling. Zonder hard te werken fietsen we 25 km/u. Dan draaien we richting het westen en begint een kilometers lang vals plat. Zeker 10 km klimmen we langzaam maarzeker, met veel cementwagens die ons inhalen.
We rijden in een dal met aan weerszijden niet al te hoge, afgeplatte heuvels. Als we even stoppen om een banaan te eten zien we een dorpje liggen wat bestaat uit ruïnes. Om dat dorpje heen wordt cement gewonnen, vandaar de vele vrachtwagens. Het zal geen pretje zijn hier te wonen. Uit de borden langs de weg blijkt dat deze weg oorspronkelijk een oude romeinse heerbaan was, we rijden dus op historische grond.
In het dorpje Belorado drinken we koffie met een broodje, we hebben honger gekregen! Het is daar markt en we kopen wat fruit voor onderweg. De kerk is helaas dicht, die zouden we graag even willen bekijken. Het is opvallend hoeveel kerken in Spanje op slot zijn. Dat is in Frankrijk wel anders. Tegen de rotswand is een kapel gebouwd, die is wel open en we zijn aardig onder de indruk van het interieur. Af en toe loopt er een wandelaar langs, de wandelroute gaat door dit dorpje heen.
Verder gaat het weer, eerst langs de drukke en vervelende N-120 en daarna verder over een landweggetje wat zich al snel ontpopt als een kuitenbijtertje; een lange, niet zo steile, klim brengt ons over de heuvelrand naar een ander gebied. Het gebied is aardig stil, we passeren nauwelijks boerderijen, laat staan dorpjes. De weg blijft maar stijgen, met maar een paar afdalinkjes tussendoor. We zitten alweer boven de 1000 mtr.
Als we een van de spaarzame dorpjes passeren zien we de dorpspomp en vullen we de bidons bij. Het water uit de dorpspompen is tegenwoordig drinkwater, als dit niet zo is staat het erbij. Vaak vragen we het nog voor alle zekerheid.
Het landschap verandert langzaam en na een afdalinkje draaien we in een keer een mooie laan in met platanen, dat is een mooi gezicht. Vaak ziet het landschap er onverzorgd uit, maar hier is aandacht aan besteed.
Al snel wordt deze laan gevolg door weer een lange gestage klim, het uitzicht veranderd en we zien nu naast ons een landschap met koren, noggroene (zonder bloem dus) zonnebloemenvelden en diverse cirkelvormige rotspartijen.
Rond half twee komen we, na ruim 60km, aan bij het klooster San Juan de Ortega en zien daar een terrasje, gered! We drinken een icetea ( heet hier Nestea) en bestellen een schotel met varkenslapjes en een lokale worst. Dat laatste lijkt een soort bloedworst( met rijst) en is heerlijk. Natuurlijk een beetje wijn erbij, water en brood. Dat gaat er wel in! Na een kop koffie zijn we weer tevreden.
Naast de kerk is de ingang van de kapel en inhet altaar valt St Nicolaas te ontdekken!
Eerst moeten we echter nog een “klimmetje” doen. In het routeboek staat hij al aangekondigd: 900 mtr tussen 8 en 12%. Als we aankomen fietsen zien we de klim al op ons wachten tussen bomen. Dat wordt weer eens werken!
Als we verder fietsen naar Burgos gaan we met een viaduct de A12 over, de autoweg daar. Daar zien we een vrachtauto op zijn kant in de greppel naast de weg liggen. Dat is/wordt eenklus om dat weer overeind te krijgen.
De entree van Burgos is prachtig, we hebben al vaak meegemaakt dat fietsers via de afbraakbuurten een stad worden ingeleid, maar hier fietsen we via een bos/parkmet platanen naar het centrum van Burgos.
maar die weet ze niet echt. Ze schiet zomaar omstanders aan om ons te helpen. Maar..omstanders kunnen ons ook niet verder helpen. Dan internet maar even aangezet en google om raad gevraagd. Het is snel gevonden en we zijn zo bij de refugio. Dat lijkt een oud kantoorpand/ziekenhuis. We krijgen op de 6e etage onze bedden toegewezen. Nemen onze tassen meenaar boven, douchen en gaan Burgos bekijken.

De kathedraal is van buiten imponerend, van binnen ook. De deelkapellen zijn al net zo groot als onze eigen kerk. We mogen daar niet fotograferen, dus zul je het meteen plaatje van de buitenkant moeten doen.
Opeens hebben we een pad langs de snelweg en daar staat een camino-gangster (geen gangster maar een meisje wat de camino loopt) iets in het hek te vlechten. In het hek hangen diverse zaken, merendeels kruisjes van takjes, die door caminogangers zijn aangebracht. Indrukwekkend! Toen we vroegen waarom ze dat deed vertelde ze omdat dat goed voelde.Een meer belangrijke reden is niet nodig.
We rijden verder en na een tijdje scheiden de wegen van de wandelaars en de fietsers zich. Na een paar km rijden we een dorpje binnen, Navarrete, we kopen lekker brood bij de bakker en drinken ons eerste kopje koffie. Als we het dorpje uitrijden is bij de begraafplaats een middeleeuwse poort met beeltenissen van de Roelantsage.
niet in staat is dat er ook een plaquette aan de muur is bevestigd ter nagedachtenis aan een Nederlands vrouwelijkepelgrim die hier (’86) is overleden.Nog indrukwekkender…
De weg strekt zich voor ons uit en biedt af en toe uitzicht op datgene waar we naartoe moeten.
We klimmen gestadig en mogen ook een stukje dalen, dan komen we aan in de stad Najera, we lopen even rond, worden door een meisje lief verwezen naar de vvv, waar we een stempel krijgen en een foto maken van het kunstwerk wat daar buiten aan de muur hangt. We hebben geen idee wat het voorstelt, maar vinden het gewoon mooi.
Najera kent een oud klooster wat in de zomermaanden de bezichtigen is, vandaag niet.Het portaal alleen al is al mooi.
Dan is het klimmen voorbij en mogen we gaan beginnen aan de afdaling naar onze bestemming vandaag. Onderweg komen we nog een rotonde tegen, met daarop een ijzeren schaduwbeeld van een pelgrim en de jacobsschelp. Zo zie je dat in deze streek steeds meer in hetteken van de camino komt te staan.
Zo kunnen we een beetje uitrusten op de fiets. Dan voert de weg ons rechtstreeks St.Domingo in. Een mooi gezicht.
We douchen en gaan de stad bekijken. De kathedraal bezoeken we niet. Je moet er entree betalen omdat er kunstwerken hangen, maar principieel zijn we tegenstanders van het heffen van entree in een kerk. We zoeken wel een kleineremariakapel aan hetzelfde plein en bidden daar.
Op aanraden van een camino-ganster beklimmen we de toren van de kathedraal. Het uitzichtover de omgeving is wijds en mooi.
Dan hebben we de goede weg gevonden en krijgen een klim van 7% van een paar km voor de kiezen. We merken dat we goed zijn uitgerust want dit gaat redelijk gemakkelijk. Boven aan de klim worden we weer beloond met een prachtig uitzicht.
Rond tien uur zijn we in Estella en zien daar een terrasje. Koffietijd! In de bar staan ook schalen met lekkere broodjes en we kopen een broodje met een omelet met vis. Dat is smullen. Misschien moeten we hier maar een goede gewoonte van gaan maken.
Tegenover de vvv staat de St Peters kerk met een mooie trap ernaar toe. Terwijl we de trap oplopen komt er een priester met lichte tred naar beneden en wijst ons erop dat de schouders bedekt moeten zijn. Frans heeft een bijna mouwloos shirtje aan en Annemieke een hempje. Hij heeft gelijk en we lopen terug om onze fietsjassen aan te doen.
De kerk is prachtig, schoon, licht en stijlvol.
Direct bij binnenkomst worden we begroet door Jacobus, de apostel die aan de basis van onze pelgrimstocht staat. Alleen bij hem kan een kaarsje worden aangestoken en dat doen we dan ook.
Dan zien we bij het Maria-altaar een wel heel bijzonder manier om Maria te schrijven. Niet een keer, maar drie keer zelfs staat het zo vormgegeven. Mooi!
De weg golft verder, we dalen meer dan dat we klimmen en schieten aardig op en steeds weer krijgen we uitzicht over de laagvlakte waar we langs fietsen. Dorpen zien we duidelijk liggen en een enkele eenzame berg heeft een kasteel op de top. We fietsen steeds meer tussen wijngaarden en olijfbomen. Het is niet zo warm als de afgelopen dagen en het fietsen gaat prima.
In Logrono zijn we eerst maar eens gaan lunchen, we waren allebei helemaal leeg. Dan besluiten we niet door te fietsen, het lunchen duurt lang en de volgende camping is pas na 30km en een paar stevige klimmen.