Gisteravond eindigde onze blog met het vooruitzicht op het diner in de alberge. We hebben het geweten hoor! De alberge wordt door vrijwilligers gerund, hulde daarvoor, maar daarmee is ook bijna al goede gezegd. De sanitaire voorzieningen zijn slecht, redelijk schoon, maar verder slecht. De bedden zijn redelijk, piepen en kraken maar slapen best wel goed. Het eten is beroerd. We betaalden slecht 7 euro voor een maaltijd maar zelfs met dat bedrag was het zeer duur betaald. Een normaal pelgrimsmenu (salade, vlees, patatjes, toetje incl wijn en water) kost rond de 10 euro. Voor de 7 euro kregen we: witte koolsoep (met “lekker” veel ogen erop), een gebakken ei en een 10 keer doorgebakken speklapje en wat tomatensalade, als toetje werd er een schaal met kleine, niet te verkopen, perzikken op tafel gezet. Dat was niet bepaald een feestmaaltijd. We verheugden ons wel op het groepsgevoel, maar dat ging behoorlijk verloren. Er zat een groep Polen aan tafel, zeer vriendelijke mensen hoor, maar die praatten over het algemeen onderling, zo ook voor de groep Spanjaarden. Een enkele keer werd de conversatie breder in het Engels. Aangezien wij noch Pools noch Spaans spreken hebben we onze gesprekken maar onderling gevoerd.
Tot laat op de avond bleef het rumoerig en aangezien het een zeer oud gebouw was klonk elke geluid door het hele gebouw heen. Dit was de slechtste ervaring van deze tocht.
Met dit als basis gaan we vandaag de Cebreiro op. Een pas die iets lager is dan de Cruz de Ferro, maar aangezien we ook een stuk lager beginnen zal het minstens zo lastig zijn.
We ontbijten niet in de alberge en fietsen door het dorp en vinden daar een bar die al open is voor het ontbijt. Even later komen er nog twee fietsers binnen die hetzelfde idee hadden als wij.
Dan gaan we op weg door de nog stille straatjes. Het is nog vroeg deze zondagochtend. De enigen die al wakker zijn zijn onze medepelgrims, te voet of op de fiets. We hebben een leuk gesprek met Hans uit Zeewolde die vorig jaar deze tocht fietste en zo nieuwgierig werd naar hoe het op de paden van de wandelaars dat hij nu dus de tocht wandelt. Geweldig!< BR>
Als we net na het dorp een kort klimmetje hebben gehad kijken we achterom en zien het dorpin de ochtendzon liggen. Een mooi gezicht.
< P>
< P>
< P>
Al snel fietsen we door het dal dat ons langs de rivier naar de Cebreiro zal brengen. De komende tijd zullen we een beetje rond de nieuwe snelweg slingeren op de oude provinciale weg. Die nieuwe snelweg betekent dat we geen last hebben van ander verkeer en dat we dus een lekker brede weg voor onszelf hebben. Het is niet zo’n mooi weer(goed fietsweer!) en de bewolking wordt steeds dichter en dichter.
We klimmen weliswaar, maar slechts zeer geleidelijk. Dat betekent dat we verderopmet steilere klimmen te maken gaan krijgen.

We drinken nog een keer koffie in een van de vele dorpjes waar we doorheen komen. Het dal begint zicht te openen en langzaam krijgen we meer zicht op debergen die op ons liggen te wachten.
< P>
< P>
Dan is het afgelopen met het beetje stijgen en begint het serieuze werk. We gaan met 7% omhoog en ook nog een paar kilometer 7-9%. Het duurt nog een hele poos voordat we bij de pas zijn en we zitten nog niet zo hoog. Dit klimmen zal de komende tijd dan ook wel zo doorgaan.
Het is hard werken, vooral omdat we de Cruz de Ferro van gisteren nog in onze benen hebben.
De jasjes gaan uit, de helmen gaan af. Het zweet loopt over ons heen terwijl het nog steeds fris is. De spieren beginnen langzaam te protesteren en het wordt steeds moeilijker om genoeg energie aan te boren om verder te kunnen gaan.
Dan komen we bij het laatste dorpje voor de top. Daar is een bar open en we gaan koffie drinken en op temperatuur komen. Als we weer naar buiten gaan begint het te miezeren. We zitten inmiddels op ruim 1000 meter hoogte en dan zou wel eens de hoogte van de wolken vandaag kunnen zijn.
Als we verder fietsen zien we eenopwekkend bord, het aantal kilometers naar Santiago wordt minder!
< P>
< P>
< P>
De komende 2,5-3km krijgen we 8-10% voor onze kiezen, waarbij het eerder 10% is dan die 8. Heftig, we mogen dan wel prachtige uitzichten krijgen, maar een beetje minder steil mag ook wel. We moeten een paar keer stoppen om de benen te strekkenen onze hartslag wat normaal te krijgen.
< P>
Dan zijn we bij de Cebreiro-top en zijn best wel trots.
Het leed is echter nog niet geleden. We weten dat deze pas uit twee toppen bestaat met ertussen in een lager gedeelte. Er komt dus nog een klim aan! Terwijl we even uitrusten komt er een groep Oostenrijkers aan op de fiets. Onderweg hebben we al een paar kjeer stuivertje gewisseld. Zij stoppen ook en we wisselen wat ervaringen uit. Zoals vaker oogsten we bewondering omdat we helemaal vanuit Nederland zijn komen fietsen. De meesten beginnen bij de Pyreneën, zij dus ook.
Een afdaling volgt. DIe hoeft voor ons niet zo diep en niet zo steil. Dat moeten we dadelijk weer allemaal omhoog klimmen.
De klim naar de tweede top is gelukkig niet zo steil, “maar” 7%.
Ook daar hijgen we wat uit en we gaan ons gereed maken voor de afdaling. Regenjasjes aan en dicht en handschoenen aan. In eerste instantie loopt het lekker en gaan we redelijk snel naar beneden. Dan worden we min of meer onaangenaam verrast door een derde klim naar een volgende top. Daar hebben we mentaal geen rekening mee gehouden. Achteraf staat hij wel genoemd in het routeboek, maar wel een beetje verstopt in de tekst. We moeten weer aan de bak en voelen de laatste energie die we nog hadden wegstromen. Dit is de zwaarste dag van de tocht tot nu toe.
Als we boven zijn worden we beloond met een mooi standbeeld van een pelgrim de zijn hoed vasthoudt tegen de sterke wind. Dat belooft nog wat de komende afdaling!
De weg daalt in eerste instantie geleidelijk met af en toe een klein stukje vals plat.
Dan begint de afdaling door te zetten. 7-8% afdaling naar beneden is wel zo prettig nu. Soms halen we snelheden boven de 50 km/u voordat we in de remmen knijpen. Eigenlijk willen we nu maar één ding: een kamer met bedden zodat we kunnen rusten. We dalen in één keer door naar Tricastelli waar we in een pensionnetje eenkamer huren. We douchen en gaan rusten…
Als we op onze telefoons kijken zien we dat we een collega van Annemieke moeten bellen. We zijn bang dat ons vermoeden bewaarheid is geworden. De partner van een andere collega van Annemieke is in korte tijd ernstig ziek geworden en we denken dat er nu geen goed bericht komt. Annemieke checkt haar mail en leest dat hij al is overleden. We zijn er beduust en sprakeloos van. Dat is verschrikkelijk en heel erg snel gegaan. Annemieke belt de contactpersoon en we krijgen iets meer te horen over de toedracht. Lang niet alles is al duidelijk, dat zal de komende tijd wel duidelijker worden. We spreken af dat ze ons via mail op de hoogte houdt en dat wij dan bellen als er aanleiding toe is. De vermoeidheid valt even weg, wat een naar bericht. Hij was een van de personen die we gedenken bij het aansteken van een kaarsje en onze gebeden daarbij. Dat zuillen we blijven doen de komende tijd.
We zijn moe, moe van het klimmen en van de emotie. In gedachten zijn we de collega van Annemieke. Wij hebben onze col samen overwonnen, hij begint nu aan zijn eigen klim.
Ondanks de vermoeidheid en het nare bericht zijn wij dankbaar voordeze dag en blijven ons bevoorrecht voelen.
< P> Koen Bekkers is vandaag jarig, gefeliciteerd!
Max elevation: 1336 m
Min elevation: 497 m
Total climbing: 1232 m
Total descent: -1043 m
Average speed: 18.52 km/h
Total time: 07:21:11







Dan naderen we Foncebadon al, een bijna uitgestorven plaatsje, het laatste vóór de Cruz de Ferro. We kunnen eigenlijk niet geloven dat het zo gemakkelijk gaat. Ja goed, we moeten wel werken, maar alles geschiedt in ons eigen ritme en zo kunnen we het lang volhouden. Het genieten van de omgeving doet de kleine pijntjes die beginnen op te treden vergeten.
Dan nog een wat stevigere klim die we ook gemakkelijk nemen. Wanneer wordt het nu echt moeilijk? Dan zelfs een kleine afdaling en dan doemt de Cruz de Ferro voor ons op.

De afdaling is inderdaad spectaculair. De remmen van de fietsen krijgen het zwaar te verduren. De fietsen trouwens ook, het wegdek is behoorlijk slecht. Op sommige rechtere stukken zit Frans op 50km/u. Het uitzicht op het dal waar we naar toe fietsen is fenomenaal. Wat een geschenk is dit!
Halverwege leidt de weg dwars door een klein dorpje. Hier is het wegdek zodanig dat we alleen stapvoets kunnen rijden. Het kerkje is open, voor de afwisseling. We gaan naar binnen, halen een stempel en branden een kaarsje uit dankbaarheid en voor diegenen die het nodig hebben.

We rijden een dorpje binnen over de stenen brug en drinken daar een kop koffie. Het echte dalen is nu afgelopen.
We eten een pizza om de honger te stillen. Daarna ontmoeten we nog een van de twee nederlandse echtparen van eergisteren die ook hun tocht hebben voortgezet. Het begint een beetje te miezeren en zij gaan op zoek naar een droge plaats. Wij doen onze regenjasjes aan en fietsen verder. Bikkels hè?
Eindelijk zijn we bij Villafranca en besluiten een refugio/alberge te zoeken en niet te gaan kamperen. We komen terecht bij een kleine alberge, gevestigd in het voormalige pelgrimshospitaal. Het wordt gerund door vrijwilligers. Het is schoon en gezellig, maar wel primitief. Hier gaan we deelnemen aan het gezamenlijke diner. We zijn benieuwd!
Villafranca wordt beheerst door een groot donker kasteel en draait voor een groot deel op de camino. Zelfs het verkeersplein is aangepast!
De kerk om de hoek is open en we gaan naar binnen. Dan begrijpen we waarom hij open is. Het rozenkransbidden is bezig. We gaan in de achterste banken zitten en proberen ons hier aan over te geven. Helaas, ons Spaans is nog steeds beroerd en de voorgangster weet zo’n inhoudsloze dreun in de gebeden aan te brengen dat elke inspiratie verdwijnt. We verlaten de kerk en gaan verder.
Een stukje verderop staat het museum van de Camino in een gebouw wat door Gaudi is ontworpen. Het valt onmiskenbaar op tussen de andere “normale” gebouwen. Bij de ingang is een receptie bezig met veel hoge pieten dus we zien maar af van een bezoek.
Een stukje verder staat een kerk, speciaal voor pelgrims. Een mooi licht gebouw, een vrouw die erbij staat begint een gesprek met ons en is zeer vereerd dat we helemaal uit Nederland zijn komen fietsen. In de trap naar de kelder van de Petruskerk is een mozaiek aangebracht met een plattegrond van de camino uit Frankrijk (die wij volgen) en dieuit Sevilla. Beide komen hier bij elkaar.
We danken de vrouw en gaan verder, fietsen Astorga weer uit. Een stukje lopen de weg en het pad gelijk op. Dan buigt deweg af en verlaten we de lopers.
Zo af en toe kunnen we genieten van mooie uitzichten op de komende bergenen de hoogvlakte die achter ons ligt.
We rijden Santa Catalina binnen, een klein dorpje waar pas onlangs weer een alberge is geopend. Hier besluiten we te rusten en te overnachten. Het is mogelijk een kamer te krijgen voor ons 2-en en die kans laten we niet liggen.
Dan naar de kathedraal. Hier moet weer entree worden betaald, maar daarvoor krijg je niet alleen toegang tot de kathedraal, maar ook een audioguide mee die de nodige uitleg verschaft. We besluiten om dit maar te doen en gaan naar binnen.
We volgen keurig de audioguide en krijgen, terwijl we rondlopen de nodige uitleg over de kappellen, ramen en inrichting.
Een bijzonder aandacht is er voor een beeld van Maria terwijl ze in verwachting is. Het gebeurt maar zelden dat er zo’n sprekende aandacht is voor de blijde boodschap.
We gaan de lus afmaken en gaan via een park naar de brug en steken de rivier over. Halverwege is er een fonteintje waar we onze bidons bijvullen.
Het landschap wordt ruiger, minder nette akkers en meer noeste arbeid van de boeren. Opvallend is dat elke huis/boerderij zijn erf en tuin heeft omringd door een muur. Zou dit een onveilige streek zijn of is dit een erfenis van de wolven die hier vroeger rondzwierven?
Als we een dorpje binnenrijden vallen vreemde bouwwerken ons op. We zijn er nog niet achter wat deze betekenen. Het lijken wel nissen die gebruikt/bewoond worden, sommige zijn half in heuvels ingegraven.
Rond 14:00 gaan we lunchen in een kleine alberge. Dat lijkt ons een bijzonder gezellige gelegenheid. Voor die alberge staat de Jacobskerk (natuurlijk helaas gesloten) en een standbeeld van een zittende pelgrim. Eindelijk zien we een rustend pelgrimsbeeld.
Na de heerlijke lunch gaan we het asfalt weer verlaten en mogen we samen met de lopers gebruik maken van de kiezel- en halfverharde paden. Dat lijkt leuk, maar is dit geval geen feest. Het pad is erbarmelijk slecht en onze fietsen krijgen het voor hun kiezen. Een volgende laag stof wordt ons deel.
Na wat zoeken en zo komen we aan bij Hopital, daarvoor moeten we eerst een middeleeuwse brug over. Deze brug is ettelijke malen verbreed omdat de rivier steeds een andere weg zocht.