De hele nacht heeft het geregend, soms zachtjes, soms keihard. Zolang we in onze lekkere warme slaapzakken liggen in ons droge tentje is er niets aan de hand. Maar ja, op een gegeven moment moeten we toch opstaan. En juist op dat moment wordt het droog en gaat het zonnetje een beetje schijnen. Misschien hebben we het wel verdiend.
Gisteren hebben we geen boodschappen gedaan en we gokken erop dat we in Ieper wel een ontbijtje kunnen scoren. En dat lukt, voldaan gaan we nog even naar de kathedraal in Ieper en vertrekken dan toch echt voor de tocht van vandaag. Wederom geen lange tocht. We gaan nu noord-frankrijk in en daar zijn de campings schaars, vooral op het platteland. Er is er een over ca 60km en de volgende ligt weer 60km verder, dat vinden we toch te ver en we kiezen voor de eerste camping.

We rijden Ieper uit en zitten weer op het platteland, een beetje glooiend landschap, veel akkers. Het graan is net van de velden gehaald en het stro ligt er nog op. Na eventjes begint het wat te miezeren. We worden er niet nat van en de temperatuur is heerlijk. Als we dit de hele dag zo houden…

Het gaat voorspoeding, ook de twee klimmetjes die in het routeboek staan, nemen we zonder problemen, een mooie training voor wat komt.

Overal waar we fietsen zie je wel herinneringen aan “The Great War”. Begraafplaatsen, resten van bunkers, speciale plekken. We gaan even specifiek kijk bij een mijn-krater. Op deze heuvel stond een uitkijkpost en die is opgebazen door via een lange tunnel explosieven eronder te brengen en dan tot ontploffing te brengen. De hele top van de heuvel is verdwenen…

Na een klimmetje komen we in Mesen waar we naar de Ierse toren gaan kijken, een stenen toren als gedenkteken. Indrukwekkend zijn de teksten van soldaten die hebben gevochten. De kunst is om iets heel groots klein te maken zodat het dichtbij komt en je het een beetje kunt bevatten. Dat is hier gelukt

We rijden Armentieres binnen en gaan op zoek naar een bakker om brood en broodjes te kopen. Inmiddels zijn we de taalgrens gepasseerd en dat is te merken. De geldautomaat geeft alle talen weer, behalve nederlands…
Enfin, ons Frans is nog niet al te best, maar dat wordt vanzelf beter de komende dagen. Terwijl we ons lekkere broodje verorberen begint het te regenen, en dat zal niet meer ophouden.
Voor het eerst deze vakantie moeten de regenjasje aan, de rainlegs om en de helm op. Zo kunnen we heel wat hebben.
Wij wel, maar die arme drommels die meer dan 100 jaar geleden dag in de modder moesten vechten en overleven, die hadden het veel zwaarder dan wij.

We rijden weer door en na een tijdje merken we dat we in Frankrijk zijn, niet dat de grens is aangegeven, maar omdat we een bordje van de regio zien. Vreemd dat de grens niet is gemarkeerd, maar dat merken we wel vaker op de fiets.

Het Cobbers-monument is ook weer prachtig, een momument voor de medische soldaten die onder de gevechten hun gewonde kameraden probeerden te helpen. In de modder, met gevaar voor eigen leven.

De regen blijft gestaag vallen en we maken de nodige km’s. Dan komen we langs de camping die we moeten hebben, een kleine camping bij een visvijver waar we allerhartelijks worden ontvangen. Het is een kleine camping, maar ze hebben lekker bier!

We zetten de tent op in de regen, gaan douchen en koken. We koken natuurlijk niet in de tent, maar fabrieken een luifeltje.
Dan afwassen en in de kantine koffie drinken, bloggen en nog een biertje.

Het was weer een bijzonder dag, we fietsen liever niet in de regen, maar dit is te doen. We zijn dankbaar dat we dit kunnen en mogen doen.

IMG_5895IMG_5896IMG_5897

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

IMG_5900IMG_5901

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

IMG_5902IMG_5903

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

IMG_5904